Een zomergebed
Op 18 juni, vlak voor het begin van de zomer, hielden we een gemeenteavond. Er werd veel besproken, veel belangrijks (lees hier het verslag). Aan het eind van de avond mocht ik u nog wat inspiratie voor de zomer meegeven. Die kwam voort uit een vraag die ik mijzelf stelde: wie zijn wij eigenlijk samen?
Jezus zegt: “In het huis van mijn Vader zijn vele kamers.” Niet één kamer waar iedereen hetzelfde moet zijn. Niet één model waar iedereen in moet passen. Maar vele kamers. Ruimte voor verschil. Ruimte voor verschillende geloofsbelevingen, verschillende generaties, verschillende achtergronden en verschillende talenten.
En Jezus vertelt ook over het mosterdzaadje dat uitgroeit tot een boom, waarin vogels van allerlei pluimage kunnen nestelen. Dat beeld raakt mij steeds opnieuw. Gods Koninkrijk lijkt niet op een strak aangeharkte tuin waarin alles hetzelfde is. Het lijkt eerder op een boom waarin verschillende vogels een plek vinden. Niet ondanks hun verschillen, maar mét hun verschillen.
Ook Paulus gebruikt dat beeld wanneer hij schrijft over het lichaam van Christus. Het lichaam heeft vele delen. Een hand hoeft geen voet te worden. Een oog hoeft geen oor te worden. Juist doordat zij verschillend zijn, vormen zij samen een geheel.
Dat blijft een opdracht ook voor ons als fusiegemeente. Niet om alle verschillen weg te poetsen. Niet om allemaal hetzelfde te worden. Maar om te groeien in gelijkwaardigheid. Om ruimte te maken voor elkaar. Om te ontdekken dat verschil geen bedreiging hoeft te zijn, maar een gave kan zijn.
Nu breekt de zomer aan. Voor sommigen een tijd van rust, voor anderen een tijd van reizen, ontmoeting of juist bezinning. Laten we de zomer gebruiken om af en toe stil te staan bij die vraag: welke plaats neem ik in binnen dat lichaam van Christus? En hoe kan ik ruimte maken voor de ander?
Laten we de beelden meenemen: het huis met de vele kamers, de boom met vogels van verschillende pluimage, en het lichaam met de vele delen. Beelden die ons eraan herinneren dat eenheid niet hetzelfde is als gelijkvormigheid, maar dat Gods Geest juist werkt in de veelkleurigheid van mensen.
Goede God,
Wij danken U voor alle inzet die er is
voor alle taken die worden gedragen,
voor alle gesprekken die gevoerd zijn.
Wij danken U voor de verscheidenheid van mensen
die samen deze gemeente vormen.
Voor verschillende stemmen,
verschillende ervaringen,
verschillende gaven.
Leer ons elkaar te zien als medereizigers.
Niet als tegenpolen,
maar als delen van hetzelfde lichaam.
Wij bidden voor de zomer
Geef rust waar mensen vermoeid zijn.
Geef kracht waar zorgen drukken.
Geef ontmoeting waar mensen zich alleen voelen.
Geef inspiratie waar nieuwe wegen gezocht worden.
Bewaar ons onderweg.
Over de wegen die wij rijden,
de plaatsen die wij bezoeken,
en de mensen die wij ontmoeten.
En houd ons samen onder uw vleugels
om verder te bouwen aan uw gemeente,
in geloof, hoop en liefde.
Zo vertrouwen wij onszelf aan U toe.
Amen.
Marian Knetemann
Jezus zegt: “In het huis van mijn Vader zijn vele kamers.” Niet één kamer waar iedereen hetzelfde moet zijn. Niet één model waar iedereen in moet passen. Maar vele kamers. Ruimte voor verschil. Ruimte voor verschillende geloofsbelevingen, verschillende generaties, verschillende achtergronden en verschillende talenten.
En Jezus vertelt ook over het mosterdzaadje dat uitgroeit tot een boom, waarin vogels van allerlei pluimage kunnen nestelen. Dat beeld raakt mij steeds opnieuw. Gods Koninkrijk lijkt niet op een strak aangeharkte tuin waarin alles hetzelfde is. Het lijkt eerder op een boom waarin verschillende vogels een plek vinden. Niet ondanks hun verschillen, maar mét hun verschillen.
Ook Paulus gebruikt dat beeld wanneer hij schrijft over het lichaam van Christus. Het lichaam heeft vele delen. Een hand hoeft geen voet te worden. Een oog hoeft geen oor te worden. Juist doordat zij verschillend zijn, vormen zij samen een geheel.
Dat blijft een opdracht ook voor ons als fusiegemeente. Niet om alle verschillen weg te poetsen. Niet om allemaal hetzelfde te worden. Maar om te groeien in gelijkwaardigheid. Om ruimte te maken voor elkaar. Om te ontdekken dat verschil geen bedreiging hoeft te zijn, maar een gave kan zijn.
Nu breekt de zomer aan. Voor sommigen een tijd van rust, voor anderen een tijd van reizen, ontmoeting of juist bezinning. Laten we de zomer gebruiken om af en toe stil te staan bij die vraag: welke plaats neem ik in binnen dat lichaam van Christus? En hoe kan ik ruimte maken voor de ander?
Laten we de beelden meenemen: het huis met de vele kamers, de boom met vogels van verschillende pluimage, en het lichaam met de vele delen. Beelden die ons eraan herinneren dat eenheid niet hetzelfde is als gelijkvormigheid, maar dat Gods Geest juist werkt in de veelkleurigheid van mensen.
Goede God,
Wij danken U voor alle inzet die er is
voor alle taken die worden gedragen,
voor alle gesprekken die gevoerd zijn.
Wij danken U voor de verscheidenheid van mensen
die samen deze gemeente vormen.
Voor verschillende stemmen,
verschillende ervaringen,
verschillende gaven.
Leer ons elkaar te zien als medereizigers.
Niet als tegenpolen,
maar als delen van hetzelfde lichaam.
Wij bidden voor de zomer
Geef rust waar mensen vermoeid zijn.
Geef kracht waar zorgen drukken.
Geef ontmoeting waar mensen zich alleen voelen.
Geef inspiratie waar nieuwe wegen gezocht worden.
Bewaar ons onderweg.
Over de wegen die wij rijden,
de plaatsen die wij bezoeken,
en de mensen die wij ontmoeten.
En houd ons samen onder uw vleugels
om verder te bouwen aan uw gemeente,
in geloof, hoop en liefde.
Zo vertrouwen wij onszelf aan U toe.
Amen.
Marian Knetemann
terug







